Federalisme (1994-heute)

Volgens Immanuel Kant is het gemakkelijk om onmondig te zijn. Maar precies die onmondigheid van de drie Belgische cultuurgemeenschappen leidde tot grote spanningen in de unitaire staat België. Daarom is België sinds 1967 geleidelijk hervormd. Al snel werd duidelijk dat de uitwerking van de autonomie een grote verantwoordelijkheid van de politici vergde. Met de geschiedenis van Ostbelgien wil ik je laten zien waarom we meer dan ooit mensen met verantwoordelijkheidsbesef en politiek engagement nodig hebben, niet alleen in Ostbelgien.

België is tot nu toe tijdens zes staatshervormingen (1967-1971, 1980-1985, 1988-1992, 1993, 2001 en 2012-2014) omgevormd van een unitaire tot een federale staat. Bij elke hervorming zijn ook de bevoegdheden en de middelen van de Raad van de Duitse Cultuurgemeenschap (RdK 1973-1983), de Raad van de Duitstalige Gemeenschap (1983-2004) en vervolgens het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap (sinds 2004) toegenomen. Steeds meer beslissingen werden in Eupen genomen en moesten daar ook worden verantwoord: op het vlak van onderwijs en opleiding, monumentenbescherming, media, gezondheids-, werkgelegenheids- of sociaal beleid. De groeiende verantwoordelijkheid en de complexere politieke problemen hebben het Oost-Belgische politieke landschap alsmaar professioneler gemaakt.

De leidende principes van deze staatshervormingen waren federalisme en subsidiariteit. Met het federalisme wilde de Belgische centralistische staat zijn macht verdelen tussen het federale niveau en de deelstaten (Gemeenschappen en Gewesten genoemd), met de subsidiariteit wilde de staat taken overdragen aan lagere niveaus als ze daar beter uitgevoerd konden worden.

PDG

Oude foto van het huidige Parlement van de Duitstalige Gemeenschap. Bron: Rijksarchief Eupen

 

Tegelijkertijd veranderde het politieke landschap in Ostbelgien. Enerzijds was er een generatiewisseling in de politiek. De leidende politici die mee hadden gebouwd aan de autonomie, werden vervangen door jongere politici. Die werkten zich in het politieke parlementaire werk met uitgebreide bevoegdheden in en hadden nauwelijks nog last van de oude, historisch veroorzaakte spanningen. Anderzijds leidde de Christlich-Soziale Partei (CSP) tot 1999 elke regeringscoalitie. Vanaf 1999 namen andere partijen - met uitzondering van de christendemocratische CSP - de regeringsverantwoordelijkheid over. Er vestigden zich ook nieuwe partijen.

In 1998 riepen alle in de Raad vertegenwoordigde partijen voor de eerste keer de federale regering op om de autonomie verder te ontwikkelen. In die oproep eisten ze ook de overname van gewestelijke bevoegdheden. Het tijdperk van de warrige Oost-Belgische politiek was voorbij.

Het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap bleef keer op keer aandringen op nieuwe bevoegdheden. In 2007 keurden alle in het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap vertegenwoordigde partijen unaniem een resolutie goed die de toekomstvisie van de Duitstalige Belgen beschreef: deel blijven uitmaken van een federale Belgische staat maar met een gelijkgerechtigde Duitstalige Gemeenschap - en dat binnen de Europese Unie. Deze visie is in 2014 herbevestigd in een beginselverklaring die door alle partijen - op één splinterpartij na - is onderschreven. De Duitstalige politici pleitten voor een "België met zijn vieren". Oost-België zou zich in de toekomst moeten ontwikkelen tot een federale staat met de bevoegdheden van de Gemeenschappen en de Gewesten. De beginselverklaring was gericht op het verminderen van de bureaucratie en het transparanter maken van de besluitvormingsprocessen. Ook andere staatsstructuren zouden volgens de Oost-Belgische partijen ontmanteld moeten worden, bijvoorbeeld de al sinds 1830 bestaande provincies.

De politici van de Duitstalige minderheid worden altijd geconfronteerd met fundamentele vragen:

  • Hoe duur kunnen of mogen de autonomie en de bescherming van de minderheid zijn? Een concreet voorbeeld: Moet elke wet van het Waals Gewest of van de Belgische federale staat vertaald worden voor de Duitstaligen?
  • Hoe ver moeten de autonomie en de bescherming van de minderheid gaan? Een concreet voorbeeld: Heeft de Duitstalige minderheid een gegarandeerde vertegenwoordiging in de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers (het nationale parlement) nodig, omdat zij alleen op die manier haar belangen ook in de nationale politiek kan behartigen?
  • Wat gebeurt er als de economisch sterke gewesten de solidariteit in de federale staat vaarwelzeggen? Een concreet voorbeeld: Kan een minderheid zonder de meerderheid van een samenleving overleven?

Ook praktische vragen zijn belangrijk:

  • België zal institutioneel blijven veranderen. Moet Ostbelgien zelf meer bevoegdheden krijgen of die laten beheren via samenwerkingsakkoorden?
  • Zal Ostbelgien voor zijn taken altijd het nodige gespecialiseerde personeel vinden om meer verantwoordelijkheid op zich te nemen?

Federalisme werkt alleen maar dankzij een goed uitgebalanceerde solidariteit.

De autonomie versterkte de ontwikkeling van de vroeger landelijke en structureel zwakke streken in Ostbelgien. Terwijl het Eupener Land profiteert van de nabijheid van Luik, Maastricht en Aken (werkloosheidspercentage in 2016: 10,8%), is er in de Belgische Eifel dankzij de nabijheid van Luxemburg (werkloosheidspercentage in 2016: 4,3 %) bijna volledige werkgelegenheid. De werkloosheid in Ostbelgien (7,3% in 2017) ligt onder het nationale gemiddelde (7,8% in 2017).

De regio wordt in het noorden verbonden door de autosnelweg Keulen-Brussel en in het zuiden door de autosnelweg Verviers-Trier. De verbindingen met het openbaar vervoer zijn ontoereikend. De afgelopen decennia werden veel nieuwe banen gecreëerd door een actieve middenstand en dankzij de autonomie. Toch pendelen veel Oost-Belgen nog. Volgens officiële schattingen uit 2014 werkten

  • 3.146 werknemers in het Franstalige deel van België (5.086 Walen werkten in Ostbelgien),
  • ongeveer 6.000 werknemers in Duitsland (ongeveer 500 Duitsers werkten in Ostbelgien),
  • 60 in Nederland,
  • 376 in Vlaanderen (389 Vlamingen werkten in Ostbelgien),
  • 322 in Brussel (71 Brusselaars werkten in Ostbelgien),
  • ongeveer 4.000 Oost-Belgen pendelden naar Luxemburg.

Tegen deze achtergrond willen de Oost-Belgische politici een autonome economische visie op de toekomst van hun regio. Daarvoor werkt de Duitstalige Gemeenschap samen met het Waals Gewest, dat over deze bevoegdheden beschikt. Tegelijk eisen de Oost-Belgische politici bijvoorbeeld dat de bevoegdheid van de ruimtelijke ordening wordt overgedragen, zodat ze een eigen koers kunnen uitstippelen op het vlak van het economisch beleid. Sinds de overdracht van de onderwijsbevoegdheid hebben de Oost-Belgische partijen ook opleiding als sleutelelement van hun ontwikkelings- en economisch beleid geïdentificeerd en hebben ze tal van maatregelen geïmplementeerd. De duale opleiding - d.w.z. de opleiding in scholen en bedrijven via het leerlingwezen, het vakdiploma en het diploma van meesterambachtsman - wordt in België steeds meer als een troef gezien. De jeugdwerkloosheid bedraagt in Ostbelgien 13 procent (in 2016).

De periode tussen de federalisering van België (1994) en nu heeft nog geen aandacht gekregen in het historisch onderzoek. Een van de redenen is dat de archieven dertig jaar geheim moeten blijven. Toch zijn er al onderzoeken op het vlak van de sociologie, de politicologie of de rechtswetenschap. Zelfbeschouwing zou een spannende taak kunnen zijn voor de historici in Ostbelgien.

Je ziet dat zich de laatste decennia in Ostbelgien een ontwikkeling heeft doorgezet die haar historische wortels heeft in de jaren 1970. In het begin kwam het er in België op aan de co-existentie tussen Vlamingen en Franstaligen beter te organiseren. Voor de Oost-Belgen ging het vooral om de bescherming van de Duitse taal en cultuur in België. Dit bracht een cyclus op gang die werd voortgezet bij zes staatshervormingen. Nu zijn de Duitstaligen meer dan ooit verantwoordelijk voor hun eigen toekomst. Ben jij bereid om verantwoordelijkheid op te nemen in je eigen leefomgeving?

 

  • 2009

    Eröffnung Triangel

  • 2005

    Gründung autonome Hochschule in der DG

  • 2003

    Aufbau neuer Pfarrstrukturen

  • Ausbau des Ravel-Wegenetzes