Oudheid en middeleeuwen (500-1500)

Geschiedenis en verhalen ontstaan waar mensen banden smeden of verbreken. Vandaag de dag zien we op veel plaatsen netwerken ontstaan: het internet, sociale netwerken, mobiele netwerken of een vrijwel grenzeloze mobiliteit. Als mensen over welvaart en technische infrastructuur beschikken, kunnen ze deelnemen aan deze moderne wereldwijde netwerken - zelfs in een landelijke regio zoals het huidige Ostbelgien (Oost-België). Maar ik vraag me af welke netwerken het samenleven van mensen in de oudheid en de middeleeuwen hebben bepaald. Welke infrastructuur ontstond er tussen de Maas en de Rijn en hoe drukte die haar stempel op het dagelijkse leven en de heerschappij over de mensen toen?

Tussen 2005 en 2009 legden archeologen ten zuiden van Sankt Vith verschillende Keltische grafheuvels bloot. Het zijn de eerste sporen van permanente nederzettingen in het huidige Ostbelgien. We weten niet hoe en langs welke paden of wegen deze mensen met elkaar in contact stonden en waar hun religieuze, politieke of economische centra zich bevonden.

Ein

Een zogenaamd 'vallum' nabij Holzheim. Bron: Michaela Schumacher-Fank, Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap, 2004

 

Na de verovering van Gallië (58-51 v.Chr.) vestigden de Romeinen de eerste grote centra. Ze stichtten steden aan de bevaarbare rivieren in de regio: aan de Rijn (bijv. Keulen en Bonn) en aan de Moezel (bijv. Trier aan een doorwaadbare plaats). Ze overwonnen bossen en bergen door goed ontwikkelde wegen. Stedelijke centra stichtten ze op belangrijke kruispunten (bijv. Tongeren of Aarlen) of bij warmwaterbronnen (bijv. Aken).

In het laaggebergte van de Eifel en de Ardennen was er geen bevaarbare rivier. Hier liep er een belangrijke heerbaan door de regio die volledig bebost was met berken, eiken en beuken: de weg Keulen-Reims, die waarschijnlijk via het huidige Thommen, Sankt Vith, Amel en Büllingen liep. In het huidige Ostbelgien vond men langs deze weg slechts enkele Romeinse villa's. Ze dienden vermoedelijk voor de landbouwproductie. Ten noorden van Eupen ontdekten archeologen bij Baelen-Nereth een nederzetting die van de 1ste tot de 4de eeuw bewoond was en waar ijzererts werd gewonnen. Voor de nederzettingen in Lontzen-Krompelber en Baelen-Corbush is zelfs aangetoond dat daar al in de 2de eeuw ijzererts werd verwerkt. Voor het regionale en supraregionale transport van het gewonnen materiaal zijn wegen nodig.

Veel achtergronden van deze belangrijke levensaders werden nog niet onderzocht. Veel vragen blijven onbeantwoord: Wie reed over deze wegen? Waarom reden mensen over deze wegen? Waar bevonden zich de rustplaatsen? Waren er maar enkele villa's of kleine dorpen? Welke zijwegen waren er? Het staat vast dat deze wegen ook na het einde van het Romeinse Rijk nog eeuwen belangrijk bleven. Een voorbeeld: een Romeinse (zij)weg liep door de Hoge Venen, een hoogveen. Deze weg is waarschijnlijk in de 1ste eeuw aangelegd en er is aangetoond dat hij nog in de Karolingische periode, in de middeleeuwen dus, werd onderhouden.

In de middeleeuwen ontstonden langs deze wegen talrijke nederzettingen. De Merovingers en later de Karolingers vestigden langs of nabij deze oude heerbaan bovendien talrijke koninklijke hoven, bijvoorbeeld in Thommen, Neundorf, Amel, Büllingen, Manderfeld of Weismes. In het noorden ontstonden de koninklijke hoven van Baelen en Walhorn. De koninklijke hoven waren bezittingen van de koning. Ze werden af en toe door de heersers gebruikt als verblijfplaats. Nadat Karel de Grote Aken als regeringszetel had gekozen, kwam het huidige Ostbelgien dichter bij het toenmalige machtscentrum.

Rivieren en wegen waren niet alleen netwerken voor handel en economie, maar ook voor oorlogsvoering. In de 9de eeuw rukten de Vikingen in boten op over de rivieren in het gebied tussen de Maas en de Rijn en plunderden ze in de regio o. a. de kloosters van Stavelot-Malmédy, Prüm en Kornelimünster maar ook de steden Luik en Aken. De edelen lieten nu de eerste burchten bouwen. Die moesten bescherming bieden en de macht vertegenwoordigen. De burcht van Reuland bijvoorbeeld dateert uit deze periode.

Vanaf de 10de eeuw ontstonden in heel Europa talrijke steden met stadsmuren (als teken van bescherming), een markt (als teken van economische macht) en een stadhuis (als teken van vrij zelfbestuur). In de middeleeuwen werden aan Sankt Vith stadsrechten verleend. De stad lag op het kruispunt van de wegen van Keulen naar Sedan en van Luik naar Luxemburg, in het midden van een groot bosrijk gebied. Vermoedelijk leefden de inwoners van de stad voor een groot deel van de tussenhandel tussen de steden aan de Rijn, Maas en Moezel. De ontwikkeling van het dorp Eupen (voor het eerst genoemd in 1213) tot een kleine stad vond veel later plaats.

Rivieren en wegen, kastelen en steden waren ook belangrijk voor de ontwikkeling van de heerschappij. In de middeleeuwen probeerden de regionale adellijke families steeds vaker uit hun vaak verspreide bezittingen gesloten landgoederen te vormen die centraal beheerd moesten worden. Ook hiervoor was bereikbaarheid via de weg onmisbaar. In het huidige Ostbelgien hadden de hertogen van Limburg en Brabant, de hertogen van Luxemburg, de keurvorst van Trier, de prins-bisschop van Luik, de prins-abt van Stavelot-Malmédy en de heer van Schleiden rechten of zelfs soevereine rechten.

Die

De burcht van Reuland. Bron: Michaela Schumacher-Fank, Ministerie van de Duitstalige Gemeeschap, 2007

 

In de geschiedschrijving speelden deze netwerken geen rol. Tegen het einde van de 20ste eeuw was alles gebaseerd op de moderne nationale grenzen tussen België en Duitsland. Zowel het Romeinse Rijk als de middeleeuwen werden vaak gebruikt en misbruikt als projectiedoek voor actuele politieke vraagstukken. Enerzijds moesten moderne natiestaten gelegitimeerd worden door legendes uit een ver verleden op te halen, anderzijds moesten heerschappijaanspraken op die manier gerechtvaardigd worden. Er zijn belangrijke geschreven bronnen voor de regio vanaf de 8ste eeuw.

De geschiedenis laat zien dat de bevolking en de ontwikkeling van de regio sinds de oudheid fundamenteel beïnvloed zijn door netwerken via wegen en rivieren. Tegenwoordig wordt ons leven beheerst door andere netwerken. Kun je je voorstellen dat je zonder internet leeft, zonder sociale netwerken of dat je niet per gsm bereikbaar bent? Heb je enig idee hoe anders ontspanning, werk en winkelen zouden zijn? Zou ons dat alleen maar nadelen opleveren? Wat denk je?

 

Leestips:

Carlo Lejeune, David Angel (uitg.): Grenzerfahrungen. Eine Geschichte der Deutschsprachigen Gemeinschaft Belgiens. Band 1: Villen, Dörfer, Burgen (Altertum und Mittelalter) [Grenservaringen. Een geschiedenis van de Duitstalige Gemeenschap van België. Deel 1: Villa's, dorpen, kastelen (Oudheid en middeleeuwen)], Eupen 2015.

Carlo Lejeune (uitg.): Grenzerfahrungen. Eine Geschichte der Deutschsprachigen Gemeinschaft Belgiens. Band 2: Tuche, Töpfe, Theresianischer Kataster (1500-1794) [Grenservaringen. Een geschiedenis van de Duitstalige Gemeenschap van België. Deel 2: Lakens, aardewerk, Theresiaans Kadaster (1500-1794)], Eupen 2015.

 

  • 1389

    Hospital Sankt Vith

  • 1189

    Teilnahme Kreuzzug

    Dietrich von Reuland nimmt am 3. Kreuzzug teil.

  • 900

    Pfarrkirchen

    Um 900 entstehen Pfarrkirchen um die Königshöfe.

  • 721

    Abtei Prüm

    Gründung der Abtei Prüm

  • 648

    Abtei Stavelot-Malmedy

    Gründung der Abtei Stavelot-Malmedy

  • 500

    Fränkische Siedlungen

    Die ersten fränkischen Siedlungen