Vroegmoderne Tijd (1500-1795)

In onze jachtige tijd met de vele veranderingen krijg ik vaak de indruk dat veel ontwikkelingen pas in de afgelopen decennia begonnen zijn. Dat merk je zelfs aan het taalgebruik: Het concept van de globalisering bijvoorbeeld ontstond pas in de jaren 1960. De wereldwijde vervlechting van economie, politiek, cultuur en communicatie tussen mensen, bedrijven en staten is echter al veel ouder. Ze kan voor de Vroegmoderne Tijd ook in het huidige Ostbelgien worden aangetoond aan de hand van meerdere voorbeelden.

In de bronnen van de 16de, 17de en 18de eeuw uit het huidige Ostbelgien zijn er altijd weer berichten over de inkwartiering van soldaten, oorlogen, plunderingen, stadsbranden, pest, ziekten, mislukte oogsten en honger. Ik maak daaruit op dat het leven een dagelijkse overlevingsstrijd moet zijn geweest. Pas in de tweede helft van de 18de eeuw maakte een langere periode van vrede een rustiger leven en een algemene economische opleving mogelijk.

Ansicht

Malmedy in 1720.

 

Maar de bronnen laten ook zien dat de mensen zich bij deze ongunstige levensomstandigheden neerlegden en alles in het werk stelden om hun leven zo goed mogelijk te maken. Tegenover die nood staan indrukwekkende successen die ook aantonen hoe globaal de wereld toen al functioneerde. Vier regionale voorbeelden tonen dit aan.

Waarschijnlijk werd op de Altenberg bij Kelmis al sinds de tijd van de Romeinen galmei, een zinkerts, gewonnen. In de Vroegmoderne Tijd leverden de pachters van de mijn galmei aan de koperslagers in Aken, Namen of Antwerpen. Ze zetten ook een handel in galmei op naar Nürnberg, Zweden en Lotharingen, die echter herhaaldelijk werd onderbroken door de vele oorlogen in die tijd. In de 19de eeuw werd het in Kelmis gevestigde mijnbouwbedrijf "Vieille Montagne" een wereldwijd opererend concern.

Een lakenfabriek in Eupen is gedocumenteerd sinds de 16de eeuw. Ze genoot grote privileges van de hertogen van Limburg. Vooral de lakenscheerders waren onmisbare ambachtslieden, die al snel in groten getale verhuisden naar de plaats waar ze het meeste konden verdienen. Eupense wevers, lakensnijders en lakenkooplieden werkten in nabijgelegen steden zoals Aken, Monschau of Verviers of in verder gelegen regio's zoals Vlaanderen, Noord-Frankrijk, Nederland of in het huidige Polen. In de 17de eeuw ontwikkelde Eupen zich tot een belangrijke laken producerende stad. Fijne lakens uit Eupen werden in heel Europa verkocht. Tijdens de economische blokkade van Napoleon tegen Engeland (1806-1813) werd de Engelse concurrentie tijdelijk uitgeschakeld en bereikte de lakennijverheid van Eupen haar hoogtepunt.

Ansicht

De 16de-eeuwse kerk van Walhorn.

 

Uitstekende klei, uitgestrekte loofbossen, die de brandstof leverden, en goede transportverbindingen waren de voorwaarden voor de productie van aardewerk uit Raeren vanaf de 14de eeuw. In de hoogdagen van het Raerense aardewerk produceerden waarschijnlijk meer dan 100 pottenbakkersfamilies het felbegeerde product. Het aardewerk werd overgeladen in Keulen, Nijmegen, Luik of Antwerpen, van waaruit het werd geëxporteerd naar Azië, Amerika, Afrika en Australië.

Zelfs de afgelegen Eifel met het stadje Sankt Vith was perfect gesitueerd in het gebied tussen de Rijn en de Maas – op het kruispunt van twee belangrijke handelsroutes. De mensen leefden er in bescheiden mate van de landbouw, maar konden in hun eigen levensonderhoud voorzien als tussenhandelaar in leder, vee en handelswaar of ze werkten in de transportsector.

De levensperspectieven werden herhaaldelijk vertroebeld door de vele oorlogen, verwoestingen en ontberingen. Voor mensen die niet alleen van de landbouw wilden leven maar ook van ambachten of handel, beloofde alleen de openstelling voor andere regio's en markten met regionale of supraregionale producten toekomstperspectieven. Daarvoor hadden ze goed functionerende netwerken nodig.

Ansicht

De burcht van Bütgenbach in de 18de eeuw.

 

In de geschiedschrijving werd deze periode herinnerd als de bloeitijd van de lakennijverheid en het aardewerk voor het Eupener Land, voor de Belgische Eifel echter als een tijd van ontberingen. Vooral in de 20ste eeuw werd het deel uitmaken van de hertogdommen Limburg en Luxemburg enerzijds en de ontwikkeling van de Duits-Franse taalgrens anderzijds in deze periode misbruikt om argumenten voor de nationale verbondenheid van de regio te leveren. De rijkdom van het dagelijks leven en de mondiale economische betrekkingen is nog maar enkele decennia geleden ontdekt.

Wijn uit Chili, aardbeien uit Zuid-Afrika in de winter of thee uit India vinden wij vandaag de dag net zo normaal als laptops, gsm's of schoenen uit China, spijkerbroeken uit Bangladesh of T-shirts uit Vietnam. Toch is deze wereldwijde vervlechting niets nieuws. Reeds in de Vroegmoderne Tijd werden belangrijke draden van dit netwerk gesponnen, ook in het huidige Ostbelgien. Ik vraag me af wat de gevolgen zijn van deze netwerkvorming. Voor wie is ze nuttig: de ambachtsman, de fabrikant, de handelaar, de klant? Voor één van ze of voor hen allemaal? Wie wordt er door benadeeld en waarom? Zorgt ze ervoor dat onze aarde over honderd jaar nog altijd een leefbare planeet is? Wat denk je?

Leestip:

Carlo Lejeune (uitg.): Grenzerfahrungen. Eine Geschichte der Deutschsprachigen Gemeinschaft Belgiens. Band 2: Tuche, Töpfe, Theresianischer Kataster (1500-1794) [Grenservaringen. Een geschiedenis van de Duitstalige Gemeenschap van België. Deel 2: Lakens, aardewerk, Theresiaans Kadaster (1500-1794)], Eupen 2015.

  • 1781

    Toleranz Protestanten

    Toleranz für Eupener Protestanten.

  • 1662

    Kapuziner in Eupen

  • 1635

    Pest im Eupener Land

    Ausbruch der Pest im Eupener Land.

  • 1566

    Calvinismus

    Calvinistische Gemeinde in Eupen