Franse Tijd (1795-1815)

De Franse Revolutie legde de basis voor onze moderne democratieën. Iedereen heeft onvervreemdbare mensenrechten. In de rechtbank heb jij dezelfde rechten als elke andere burger. Zo word je beschermd tegen een willekeurige inmenging door de overheid. Je mag vrij je mening uiten. Al deze verworvenheden en nog veel meer zijn een erfenis van de Franse Revolutie. Het loont dus de moeite om dit deel van de geschiedenis te bekijken. Ik zal je aan de hand van de geschiedenis van Ostbelgien laten zien waarom de Franse Revolutie de basis legde voor een Europa met rechtszekerheid en waarom je moet ijveren voor het behoud van deze rechten.

De Franse Revolutie begon in 1789. In 1795 annexeerde Frankrijk het huidige België, Luxemburg en het gebied op de linkeroever van de Rijn. De revolutionairen veranderden ingrijpend het dagelijkse leven en de politieke samenleving. Ze voerden een nieuwe grondwet, nieuwe wetgeving en bestuurlijke hervormingen in. De Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger van 26 augustus 1789 gaf aan de mens vanaf zijn geboorte natuurlijke en onvervreemdbare rechten. Daartoe behoorden onder meer de gelijkheid voor de wet, de bescherming van eigendom, het vermoeden van onschuld, de bescherming tegen te zware straffen, de scheiding van de wetgevende (parlement), uitvoerende (regering) en rechterlijke macht (rechtbanken). De Code Civil, het Franse Burgerlijk Wetboek, werd ingevoerd. Daardoor kon een rechter niet langer willekeurig over de strafmaat beslissen, maar moest hij zich aan de richtlijnen van het Burgerlijk Wetboek houden.

Copyright:

Copyright: Klaus-Dieter Klauser.

 

Voor de Franse Revolutie bestond dat allemaal niet. De rechten werden vaak alleen in overeenkomsten voor de adel en de clerus gegarandeerd en elke nieuwe heerser moest deze rechten opnieuw bekrachtigen. Ervoor waren veel mensen niet vrij maar nog altijd gebonden aan de heerlijkheid. De mensen waren vroeger niet gelijk en hadden door hun stand heel andere rechten. De mensen werden ervoor niet gelijk behandeld in de rechtbank maar vaak naar eigen goeddunken van de rechters.

Hoe de mensen individueel deze vernieuwingen van de revolutie ervoeren, hing af van hun sociale status. Over het algemeen verloren de clerus en de adel rijkdom en macht ten gunste van de burgers. De (groot)stedelijke, progressieve burgerij profiteerde het meest. Op het platteland hadden in ieder geval handelaars, artsen, advocaten en ambtenaren nu aanzienlijk betere levensvooruitzichten. Dagloners, boeren of ambachtslieden kregen nieuwe rechten, maar op middellange termijn konden deze arme en analfabete bevolkingsgroepen slechts geleidelijk van de vernieuwingen profiteren. In het dagelijks leven hadden ze niet het gevoel dat ze van deze revolutie profiteerden.

Wat betekende dit voor het huidige Ostbelgien tussen 1795 en 1815?

Voor het eerst sinds de middeleeuwen vielen het noordelijke deel, het Eupener Land, en het zuidelijke deel, de huidige Belgische Eifel, onder één bestuurlijke eenheid: het departement Ourthe.

Zeichen

Ook de documenten van de Eupense ‘mairie’ getuigen van de Franse administratie. Bron: Rijksarchief Eupen, verzameling Kever

 

De gevolgen van de revolutie werden al vroeg duidelijk: Het nabijgelegen Spa, een van Europa's belangrijkste kuuroorden, ontwikkelde zich in 1795 tot een centrum voor Franse revolutionaire vluchtelingen. Edelen uit heel Frankrijk verbleven een paar weken in de stad en trokken dan verder naar het westen. Ook veel lakenfabrikanten uit Eupen vluchtten eerst naar het westen, om enige tijd later terug te keren naar Eupen.

Dat alleen al toont aan dat de adel en de geestelijkheid, de vroegere begunstigden van het ancien régime, de verliezers van de revolutie waren. Daarom verwierpen de meesten van hen de politieke hervormingen. Ook de overgrote meerderheid van de plattelandsbevolking van het huidige Ostbelgien zag aanvankelijk geen voordelen in de talrijke vernieuwingen, ook al ging ze daarvoor nog gebukt onder de last van het oude, feodale systeem. Voor ons, burgers van de 21e eeuw, lijkt dat vreemd omdat de Franse Revolutie volgens ons de basis legde voor onze moderne democratieën.

Als we kijken naar de economische ontwikkeling in Kelmis, Eupen en de Belgische Eifel, wordt duidelijk dat voor veel mensen de materiële belangen belangrijker waren dan de ideeën van de Franse Revolutie.

In Kelmis bloeide de ontginning van zinkerts op, was het grote tijdperk van het aardewerk uit Raeren voorgoed voorbij en moesten de lakenmakers uit Eupen op zoek naar nieuwe afzetgebieden. De jonge leerling-kleermaker Johann Caspar Scheen uit Eupen schreef over de intrede van de Fransen in zijn dagboek: "Zodra de Fransen onze Limburgse streek nog maar waren binnengevallen, begonnen ze de Wullenfabrick (lakenweverij, o.v.d.r.) te verzwakken, en dat is het enige waarvan de regio van onze vaders moet leven, want als de Wullenfabrick niet floreert, verkeren alle handelshuizen in nood [....].“

Scheen was duidelijk bang voor de toekomst. Een paar jaar later merkte hij op: "Nadat we slechte jaren hadden meegemaakt, hadden we ook goede jaren. In 1795, 1796 en 1797 ging het zeer goed met de fabrieken en handelsmaatschappijen, toen - zoals ik al zei - de bazen zes tot zeven mark voor een touw betaalden, en alles was tamelijk goedkoop en voor een schappelijke prijs."

Economisch beleefden de Eupense lakenweverijen hun grootste periode van welvaart tot 1815. Textielarbeiders, spinners, lakensnijders kregen een goed loon, de lakenfabrikanten deden schitterende zaken. Maar uit het dagboek van de jonge kleermakersleerling blijkt ook dat de vernieuwingen van de Franse Revolutie, die wij nu als grote verworvenheden beschouwen, voor hem niet echt van belang waren. Voor hem kwamen een voldoende loon en daardoor de welvaart op de eerste plaats.

De economische situatie was heel anders in het zuidelijke deel van het huidige Ostbelgien. In deze landelijke regio leefden de mensen voornamelijk van de landbouw, de lederindustrie en de tussenhandel tussen het Rijnland en de Ardennen. De economie herstelde zich nauwelijks. Misschien is dit ook de reden waarom katholieke conservatieve bevolking veel hervormingen afwezen.

In 1798 begon de Klöppelkrieg, de Boerenkrijg in de Duitstalige delen van Luxemburg. Vooral jonge boeren kwamen in opstand tegen de bezettingsmacht. In het huidige Luxemburg, de Duitse Eifel, maar ook in Sankt Vith, Büllingen, Amel, Bütgenbach en Burg-Reuland bundelden de opstandelingen hun krachten en boden ze met zeer eenvoudige wapens verzet. Een klein aantal Franse legereenheden smoorde de opstand echter binnen enkele weken in de kiem.

De Franse bezetters waren over het algemeen niet populair. Louis François Thomassin, een Franse belastingambtenaar afkomstig uit Luik, schreef in zijn "Mémoire statistique du Département de l'Ourthe" over de regio Eifel-Ardennen in 1806 en 1813: "De inwoners van deze kantons hebben de hoop opgegeven om hun landbouw ooit te verbeteren. Ze zijn ervan overtuigd dat alle pogingen tot nu toe ten koste zijn gegaan van de boeren die gedwongen waren om terug te grijpen naar hun traditionele gewoonten".

Ik vraag me af wat deze eenvoudige boeren dachten? Als zij zich volgens Thomassin geen verbetering van hun economische situatie konden voorstellen, waren zij dan überhaupt in staat de gevolgen van de politieke vernieuwingen in te schatten? Ik vraag me ook af waar en hoe de revolutie deze landbouwers bereikte en raakte.

Uit een overzicht van vooral de oudere historische werken uit de 19e eeuw blijkt dat veel auteurs de Franse Revolutie om ideologische redenen geheel of gedeeltelijk afwezen. Ze internaliseerden sterk de toenmalige afwijzing van de bevolking en idealiseerden tegelijkertijd het treuren om de oude orde in de Oostenrijkse Nederlanden. Het beste voorbeeld is de Boerenkrijg. De opstandelingen werden - vooral door de Kerk - als helden opgevoerd, want zij zouden zich naar verluidt tegen de moderniteit verzet hebben. De meesten van hen hadden zich echter vooral verzet tegen de inlijving in het Franse leger of tegen de te hoge belastingen.

Ein

Monument in Elsenborn ter herinnering aan de gesneuvelden in de coalitieoorlogen. Bron: Carlo Lejeune

 

Vooral na de Tweede Wereldoorlog werd deze fase van de Oost-Belgische geschiedenis bij voorkeur onderzocht door de geschiedkundige verenigingen, omdat ze als politiek onschadelijk werd beschouwd. Voor het eerst sinds de jaren 1980 geven de werken van Alfred Minkes een genuanceerder beeld van de gevolgen van de Franse Revolutie in Ostbelgien.

Politieke ontgoocheling is alomtegenwoordig in de publieke discussies van tegenwoordig. Ik vraag je: Zijn deze mensen alleen ontevreden over het werk van de politici of zelfs over onze democratie? Zie je dat de politiek zich vandaag de dag nog altijd inzet voor mensenrechten en democratie? Zie je hoe zij de best mogelijke oplossingen zoekt voor het samenleven van de mensen? Zie je dat zelfs populistische partijen zich inzetten voor de mensenrechten en zich beroepen op de idealen van de Franse Revolutie? Welke gevolgen zou hun beleid hebben voor onze democratie?

 

Leestips:

Carlo Lejeune (uitg.): Grenzerfahrungen. Eine Geschichte der Deutschsprachigen Gemeinschaft Belgiens. Code Civil, beschleunigte Moderne, Dynamiken des Beharrens (1794-1919) [= Code Civil, versnelde moderniteit, dynamiek van vasthoudendheid (1794-1919)]. Eupen 2016.

Carlo Lejeune (uitg.): Grenzerfahrungen. Eine Geschichte der Deutschsprachigen Gemeinschaft Belgiens. Tuche, Töpfe, Theresianischer Kataster (1500-1794). [= Lakens, potten, Theresiaans kadaster (1500-1794)]. Eupen 2015.

 

Bronvermelding:

Het citaat van Johann Caspar Scheens, de kleermakersleerling, komt uit:

Alfred Minke: Die Französische Revolution aus der Sicht des Johann Caspar Scheen, Schneiderlehrling aus Eupen [= De Franse Revolutie vanuit het perspectief van Johann Caspar Scheen, leerling-kleermaker uit Eupen], in: Geschichtliches Eupen 24 (1990), p. 19-48

Het citaat van belastingambtenaar Louis François Thomassin komt uit:

Josef Dries: Landwirtschaft auf dem Weg zur Monokultur. Klima, Märkte und Strukturen als beständige Herausforderungen [= Landbouw op weg naar monocultuur. Klimaat, markten en structuren als constante uitdagingen], in Carlo Lejeune (uitg.): Grenzerfahrungen. Eine Geschichte der Deutschsprachigen Gemeinschaft Belgiens. Code Civil, beschleunigte Moderne, Dynamiken des Beharrens (1794-1919) [= Code Civil, versnelde moderniteit, dynamiek van vasthoudendheid (1794-1919)]. Eupen 2017, p. 142-163.

  • 1809

    Sekundarschule Eupen

  • 1803

    Pfarraufteilung

  • 1795

    Gemeindeunterricht

    Beginn des Gemeindeunterrichts unter staatlicher Aufsicht.

  • 1794

    Priesterverfolgung

    Beginn der Priesterverfolgung