Pruisische Tijd (1815-1914)

Waarom zou je je moeten interesseren voor de 19de eeuw in het huidige Ostbelgien (Oost-België)? Voor velen was dit tijdperk het begin van de moderne tijd. Heb je je bijvoorbeeld afgevraagd waarom je je vandaag een Belg, Duitser, Nederlander of Luxemburger voelt? Waarom andere identiteiten zoals Ostbelgier, Eupener of Eifeler belangrijk zijn? Waarom grenzen in ons hoofd blijven bestaan, ook al zijn we allemaal burgers van de Europese Unie? Veel populisten roepen op tot grenscontroles in Europa. Weet je wat de gevolgen voor jou zouden zijn? Ik wil je vertellen hoe de identiteiten en grenzen zich in de 19e eeuw hebben ontwikkeld en veranderd zijn en hoe ze zo in het dagelijks leven doorgedrongen zijn dat ze vandaag nog altijd bestaan.

In 1900 was de wereld helemaal anders dan in 1800. Toen werden veel fundamenten voor de welvaart van Europa gelegd: handel, nijverheid, industrie, onderzoek en onderwijs werden in een nieuwe richting gestuurd. De moderne natiestaten ontstonden, waardoor de bevolking voor de eerste keer het gevoel kreeg deel uit te maken van een dergelijke natie. Deugden zoals ijver en betrouwbaarheid op het werk dateren ook uit die periode. De mens werd mobiel zoals nooit tevoren. Het tijdperk van de massacommunicatie brak aan. Pas in deze eeuw vestigde de Duitse standaardtaal zich in Ostbelgien.

Eine

De stad Eupen in de 19de eeuw. Bron: Rijksarchief Eupen

 

Het Congres van Wenen (1814-1815) vestigde nieuwe grenzen in Europa. Pruisen kreeg het Rijnland. De westelijke grens van deze nieuwe Rijnprovincie werd onder andere gevormd door drie nieuwe bestuurlijke eenheden: de districten Eupen, Malmédy en Sankt Vith. Zij ressorteerden onder het administratieve district Aken, dat deel uitmaakte van de Pruisische Rijnprovincie. In 1821 werd het district Sankt Vith afgeschaft en ging het op in het district Malmédy.

De nieuwe grenzen werden getrokken volgens de logica van de grootmachten. Niemand toen er al aan dacht om de bevolking naar haar mening te vragen. In en rond de stad Malmédy, die nu deel uitmaakte van Pruisen, waren er ongeveer 10.000 burgers wier moedertaal het Waals was. Bovendien ontstond in 1815 Neutraal Moresnet, een curiosum, het huidige Kelmis. Omdat de grootmachten het door de grote zinkvoorraden niet eens konden worden over wie dit 3,4 vierkante kilometer grote lapje grond zou krijgen, bleef het tot 1919 neutraal en staatloos.

Zeichen

Symbool van vooruitgang in de 19de eeuw: de doorgedreven wegenbouw. Bron: Rijksarchief Eupen

 

In de districten Eupen en Malmédy werd Pruisen, net als in het hele Rijnland, eerder met argwaan bekeken: De katholiek-conservatieve meerderheidsbevolking werd geregeerd door een staat waarin het koningshuis, de ambtenaren en de militairen protestants waren. Vanuit het oogpunt van vandaag wordt de basishouding beschreven als terughoudend maar niet afwijzend. Clara Viebig beschreef de ontmoeting van deze verschillende werelden zeer aanschouwelijk in talrijke romans. Die verschenen voornamelijk aan het begin van de 20e eeuw. De plaats van het gebeuren bevond zich vaak in de Duitse en huidige Belgische Eifel.

Tegen deze achtergrond ontstonden de moderne natiestaten. Ze verspreidden niet alleen nationalisme, maar namen ook steeds meer taken op zich die het leven en samenleven van de burgers vergemakkelijkten.

Ook in deze eeuw zijn de verschillen in ontwikkeling tussen het noorden, het Eupener Land, en het zuiden, de huidige Belgische Eifel, groot. Vooral Eupen en Kelmis waren sterk betrokken bij de snelle ontwikkelingen van deze periode. Na 1815 konden de lakenfabrieken in Eupen door de nieuwe grenzen hun oude markten alleen bevoorraden als ze hoge douanerechten betaalden. Bovendien waren zij slechts ten dele concurrerend op de nieuwe markten. Er waren altijd weer crises. De langzame mechanisering leidde tot massale armoede bij de ongeschoolde textielarbeiders in Eupen: In 1821 vernielden de opstandige arbeiders de eerste mechanische lakenschaar nog voordat deze in bedrijf kon worden gesteld. Deze vernieling van machines volgde het voorbeeld van de Engelse opstanden die in 1811 begonnen. Sociale conflicten drukten hun stempel op deze eeuw in de stad aan de Vesder. De oprichting van arbeiders- en vakbondsverenigingen, de stichting van politieke partijen en verenigingen en de verspreiding van de socialistische ideologie en de christelijke sociale leer drukten hun stempel op de conflicten in Eupen.

Fortschritt

Ander teken van vooruitgang: de in de 19de eeuw aangelegde spoorlijnen en majestueuze spoorviaducten. Bron: Universiteit Gent, CC BY-SA 4.0

 

Vieille Montagne exploiteerde de mijnen in Neutraal-Moresnet, het stateloze curiosum met zijn rijke zinkertsvoorraden. In de loop van de eeuw ontwikkelde het bedrijf zich tot een modern, wereldwijd opererend concern met zetel in Parijs. De zinkmijnen in Kelmis waren sinds de jaren 1860 al grotendeels uitgeput. Tot 1919 bestuurden de burgemeesters en de bedrijfsleiding de gemeente zeer autocratisch.

De Belgische Eifel van vandaag vond maar langzaam aansluiting met de moderne wereld. Het beste voorbeeld daarvan is het kleine stadje Sankt Vith. In 1811 telde het niet meer dan 735 inwoners, maar in 1914 was dit aantal opgelopen tot 2700, onder meer omdat de zogenaamde Vennbahn, een spoorlijn tussen Aken en Troisvièrges/Ulflingen (Luxemburg), in 1889 voor het spoorverkeer opengesteld werd. De stad in de Eifel ontwikkelde zich tot een spoorwegknooppunt. Vóór 1914 werkten hier bijna 800 arbeiders. De spoorwegen maakten de inwoners van de Eifel mobieler. Ze konden hun landbouwproducten gemakkelijker verkopen en kochten nieuwe goederen die voorheen moeilijk aan te schaffen waren. Het wegennet in de hele regio werd geleidelijk uitgebreid. Vooral in de landbouw bevorderden landbouwverenigingen en -coöperaties de vooruitgang.

Tegelijkertijd ervoeren de districten Eupen en Malmédy hoe de Pruisische staat en vanaf 1870 het Duitse Rijk zich tot natiestaat ontwikkelden: De natie werd een doorslaggevend kenmerk van identiteit en de staat bleef zijn politieke verantwoordelijkheden uitbreiden, zoals ook blijkt uit de invoering van de leerplicht in 1825.

Een aantal voorbeelden illustreert de verdere ontwikkeling van de natiestaat. Enerzijds was het Duitse leger ter plaatse aanwezig door de stationering in Malmédy en de aanleg van het militaire oefenterrein in Elsenborn (sinds 1894). Anderzijds bevorderden de militaire conflicten (zoals de Duitse eenwordingsoorlogen in 1864, 1866 en 1870-1871) het Duitse patriottisme bij de bevolking. De Pruisische en Duitse ambtenaren, onderwijzers, priesters en militaire opleiders dwongen het gebruik van de Duitse taal af. Hierdoor kreeg het Duits de status van een nationale taal die moest concurreren met de Duitse dialecten in de regio. Voor de stad Malmédy en het Pruisische Wallonië met zijn ongeveer 10.000 Waalssprekende burgers speelde de kwestie van de volkstaal of de nationale taal een rol, vooral tijdens de Kulturkampf (1871-1878). Terwijl Pruisen resp. het Duitse Rijk de minderheidstaal tot dan toe grotendeels hadden getolereerd, moest de Duitse nationale taal nu in sterkere mate worden opgedrongen.

Maar de 19e eeuw was niet alleen een eeuw van moderniteit. Het grote aantal sterfgevallen blijkt ook nu nog uit de hoge kindersterfte en de lage levensverwachting toen. De medische zorg was ontoereikend, ook al bouwden meerdere kloosterorden in de tweede helft van de 19de eeuw talrijke dispensaria en kleine ziekenhuizen. Ondanks de invoering van de leerplicht in 1825 bleef de onderwijsachterstand van de landelijke regio's en de stedelijke arbeidersklasse groot. Talrijke natuurrampen (1816-1817, 1845-1846 en 1882-1883) leidden tot hongersnood. Het gebrek aan vooruitzichten en de algemene armoede zorgden voor grote emigratiegolven van de huidige Belgische Eifel naar Amerika en naar de industriegebieden aan de Ruhr en de Maas.

Industrialisierung

Naast de natievorming was de industrialisering een van de belangrijkste structurele ontwikkelingen van de 19de eeuw, waarvan deze foto van de Eupense benedenstad getuigt. Bron: Rijksarchief Eupen

 

Het toenmalige Duits-Belgische grensgebied was in de lange 19e eeuw zowel een ontmoetings- als een conflictgebied. Grensovergangen waren aan de orde van de dag. Zelfs na 1815 werden historisch gevestigde relaties over de nieuwe staatsgrenzen heen in stand gehouden. Maar in grensoverschrijdende contacten beleefden de mensen in toenemende mate hun medeburgers uit het buurland als vertegenwoordigers van een natiestaat, vertegenwoordigd door een (standaard)taal, en volkslied en een vlag.

Met de Duitse invasie van België op 4 augustus 1914 werd de oorlog op het terrein voor het eerst voelbaar en die werd gepropageerd als een militair-nationaal conflict. De grenzen werden gesloten en bleven tot de jaren 1970 een reëel obstakel in het dagelijks leven, waar vooral de grensbewoners onder te lijden hadden.

In de geschiedschrijving werd deze regio vanuit het perspectief van de nationale centra al lang gezien als grensregio. In dit nationaal-historische perspectief stopte de natiestaat aan zijn grenzen. In deze logica was een grensregio een perifere regio. In recent onderzoek interpreteren historici dit gebied als een overgangsgebied aan de grenzen waar verschillende invloeden elkaar ontmoeten. Ze leiden tot een bijzondere rijkdom en tot een symbiose die in deze vorm niet in de centra voorkomen. Een goed voorbeeld is de geschiedenis van de arbeidersbeweging in de industriestad Eupen. Ze combineert een grensoverschrijdende protestcultuur met invloeden uit Engeland, het Rijnland, België en Nederland.

Dit alles toont aan dat in deze eeuw de fundamenten voor ons moderne leven zijn gelegd. Een deel van de bevolking stond open voor de innovaties en nam actief deel aan de vormgeving ervan. Anderen waren angstig en terughoudend en beïnvloedden de veranderingen door hun passieve houding. Wat vind je van de veranderingen van vandaag? Schrikken ze je af of geven ze je hoop? Ben je bereid om er actief mee vorm aan te geven?
Een voorbeeld: Hoe zou jij de natiestaat willen aanpassen aan de huidige eisen, zodat deze een antwoord kan geven voor de huidige problemen? Zou je als EU-burger in andere landen willen werken? Sta je er dan voor open dat ook mensen uit andere regio's bij ons werken? Hoe open en modern moet onze samenleving in de toekomst zijn?

 

Leestips:

Carlo Lejeune (uitg.): Grenzerfahrungen. Eine Geschichte der Deutschsprachigen Gemeinschaft Belgiens. Code civil, beschleunigte Moderne, Dynamiken des Beharrens (1794-1919) [= Code civil, versnelde moderniteit, dynamiek van vasthoudendheid (1794-1919)]. Eupen 2016.

Sebastian Scharte: Preußisch – deutsch - belgisch: Nationale Erfahrung und Identität: Leben an der deutsch-belgischen Grenze im 19. Jahrhundert [= Pruisisch - Duits - Belgisch: Nationale ervaring en identiteit: leven aan de Duits-Belgische grens in de 19e eeuw]. Münster, New York, München, Berlin 2010 (Beiträge zur Volkskultur in Nordwestdeutschland; Bd. 115 [= Bijdragen aan de Volkscultuur in Noordwest-Duitsland; vol. 115]).

  • 1915

    Bau Sanatorium Eupen

  • 1909

    Einführung der Elektrizität

  • 1897

    Staatliche Lehrerbesoldung

  • 1896

    Erste Gewerkschaft in Eupen

  • 1894

    Einrichtung Kneippanstalt Eupen

  • 1892

    Hospital Bütgenbach

    Gründung St. Josefshaus in Bütgenbach (Vinzentinerinnen)

  • 1886

    Hospital Sankt Vith

    Gründung St. Josef-Hospital Sankt Vith (Augustinerinnen)

  • 1871

    Kulturkampf Preußen

  • 1830

    Errichtung von Schulgebäuden

  • 1825

    Schulpflicht

    Einführung der Schulpflicht in Preußen