Het Gouvernement (1918-1925)

Zou jij graag je nationaliteit opgeven en burger van een ander land worden? En zou je het leuk vinden als je ertoe gedwongen wordt? Welke spelregels moet een land hanteren bij de opname van nieuwe burgers? Op een ogenblik waarop veel mensen op zoek zijn naar een nieuwe thuis, vind ik deze vragen zeer actueel. Een blik op de geschiedenis van Ostbelgien (Oost-België) toont hoe en met welke spelregels de bewoners van de arrondissementen Eupen en Malmédy opgenomen zijn in de Belgische staat en waarom het voor hen zo lastig was om zich er thuis te voelen.

Vanaf 11 november 1918, de dag van de Wapenstilstand, trok het Duitse leger zich via de Duitse arrondissementen Eupen en Malmédy terug in het Duitse Rijk: Duitsland had de oorlog verloren. Er zijn geen verslagen over de manier waarop de inwoners van Eupen en Malmédy dit ervoeren. Na de aftocht van het verslagen Duitse leger volgden Britse, Franse en later Belgische troepen, die de arrondissementen Eupen en Malmédy, maar ook een groot deel van het Rijnland bezetten.

Al van in het midden van de oorlog gingen bij nationalisten zowel in Duitsland als in België duidelijke stemmen op die bij een overwinning aanzienlijke annexaties eisten. Begin 1919 richtte Pierre Nothomb het Comité de Politique nationale (CPN). Het CPN stelde zich tot doel om bepaalde stukken van het grondgebied te laten afstaan aan België: de Scheldemonding en de provincie Limburg ten koste van Nederland, het volledige Groothertogdom Luxemburg en delen van het Rijnland, zodat er bij Duisburg een toegang tot de Rijn zou komen. Nothomb had de omvang van die annexatie in 1916 al geschetst in zijn boek "La barrière belge". Voor de aanspraak op de arrondissementen Eupen, Malmédy, Schleiden, Monschau en Bitburg hanteerde hij historische argumenten: Omdat die gebieden deel hadden uitgemaakt van de Oostenrijkse Nederlanden en omdat de jonge, in 1830 opgerichte Belgische staat de rechtsopvolger van die staat was, waren die gebieden altijd al Belgisch geweest. Deze fout moest nu worden gecorrigeerd.

Sitz

De hoofdzetel van het overgangsregime Eupen-Malmedy in het voormalige districtsraadhuis in Malmedy. Bron: Zwischen Venn und Schneifel

 

Bij de discussies over een mogelijk vredesverdrag stonden intussen wel twee visies tegenover elkaar. Vooral nationalistische politici wilden een vrede die aan de verliezer omvangrijke annexaties en hoge herstelbetalingen oplegde. De Amerikaanse president, Woodrow Wilson, pleitte bij de discussies echter voor het recht op zelfbeschikking van de volkeren. Volgens hem moest elk volk zelf mogen beslissen over zijn eigen lot. Hierbij hield Wilson rekening met de democratisering van veel Europese samenlevingen. Zo wilde hij vooral de problemen oplossen met de minderheden in de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie, die in oktober 1918 uiteenviel.

Vanaf 18 januari 1919 kwamen de zegevierende mogendheden in Versailles samen om te beraadslagen over een mogelijke vredesovereenkomst. België slaagde er niet in om zijn verregaande annexatiewensen af te dwingen. Het Verdrag van Versailles, dat op 28 juni 1919 ondertekend werd, voorzag uiteindelijk alleen de annexatie van de arrondissementen Eupen en Malmédy.

  • Deze regio was zowel voor België als voor Frankrijk van strategisch belang om een nieuwe aanval van Duitsland af te weren. Het gebied gold als het ware als een voortuin van de vestinggordel rond Luik en was het eerste lage gebergte tussen de Rijn en de meer westelijk gelegen gebieden.
  • Het was ook een bos- en waterrijk gebied. De bossen konden op lange termijn inkomsten genereren. En het water was een belangrijke grondstof voor de textielindustrie in Verviers.

Het Duitse Rijk moest sommige gebieden onmiddellijk afstaan. In andere regio’s organiseerde een neutrale macht een referendum onder de bevolking. De stemming was niet verplicht en geheim; elke man en elke vrouw had één stem en een neutrale macht zag toe op het verloop ervan.

In de arrondissementen Eupen en Malmédy waren de modaliteiten uniek. Hier moest er een zogenaamde volksraadpleging ("consultation populaire") worden gehouden. Die was in strijd met de regels van de rechtsstaat:

  • Alleen in Eupen en Malmédy, de hoofdplaatsen van het arrondissement, waren er open lijsten waarin iedereen die wilde dat het gebied bij Duitsland zou blijven, zijn naam moest noteren.
  • België organiseerde de volksraadpleging, maar kon als betrokken partij die voordeel kon halen uit het resultaat, onmogelijk neutraal zijn.
  • Wie hiertegen wilde protesteren, moest zijn bezwaar rechtvaardigen ten overstaan van de ambtenaren.
  • De lijsten waren alleen beschikbaar in Eupen en Malmédy. Veel mensen waren een helde dag onderweg om aan het referendum deel te nemen.
  • Bij grote aandrang werd de toegang zelfs geweigerd.
  • De eerste inwoners die durfden te protesteren, werden daarvoor meteen bestraft. Ze werden uitgewezen, hun rantsoenkaarten werden ingetrokken, ze mochten geen geld wisselen, enzovoort.

Deze voorbeelden maken duidelijk dat de volksraadpleging zo georganiseerd werd dat de betrokken gebieden zeer waarschijnlijk bij België zouden worden ingelijfd. Om die reden werd ze in politieke kringen in België ook als een klucht ("petite farce belge") bestempeld en werd ze in Eupen, Malmédy, Sankt Vith en in Duitsland als groot onrecht ervaren. Tot 23 juli 1920 hadden er zich 271 personen laten registreren als tegenstander van de annexatie. Het Verdrag van Versailles was op 10 januari 1920 van kracht geworden, op 20 december 1920 gaf de Volkenbond definitief groen licht voor de aanhechting van de beide arrondissementen bij België.

Baltia

Herman Baltia kreeg de opdracht de voormalig Pruisische arrondissementen Eupen en Malmedy bij België te voegen. Foto vrij van auteursrechten

 

Maar was dat wel de wil van de bevolking? Eerst en vooral een terugblik: in 1825 had Pruisen de algemene schoolplicht ingevoerd. Honderd jaar later kon (bijna) iedereen lezen en schrijven. Sinds het eind van de 19e eeuw steeg het aantal huishoudens met een abonnement op een krant en dus het aantal mensen - ook op het platteland - dat kon deelnemen aan het politieke leven op een supraregionaal niveau. In diezelfde eeuw ontstonden er ook talrijke verenigingen en belangengroepen met een bestuur en statuten. Zij versterkten als prototypes van democratische instellingen op het laagste niveau de eis naar betrokkenheid bij de samenleving en het beleid. Dankzij de verkiezingen voor de gemeenteraden en de Rijksdag ontstonden er pre-democratische processen. In 1920 verwachtte een meerderheid van de inwoners van Eupen en Malmédy dat ze in tegenstelling tot 1815 mee zouden mogen beslissen over hun lot.

De tot nu toe gepubliceerde geschiedkundige werken tonen dat België en Duitsland allebei veel geld en veel propaganda hebben geïnvesteerd in de volksraadpleging. Er zijn nauwelijks bewijzen dat groepen van de bevolking pleitten voor een aanhechting bij België. Er is alleen een petitie van een aantal industriëlen uit Malmédy. Er zijn meerdere aanwijzingen dat de stemming in het voordeel van Duitsland zou verlopen:

  • Op korte tijd lieten meer dan 8.330 burgers zich op een protestlijst registreren onder het motto "Wij zijn Duitsers en willen Duitsers blijven", maar die lijst werd door de Duitse instanties verboden.
  • Uit angst voor negatieve gevolgen van een inlijving bij België kwamen de arbeiders in Eupen in opstand.
  • In veel verslagen is sprake van een onzekere, passieve bevolking, die vasthield aan het voortbestaan van de oude grenzen.
  • Een overgrote meerderheid van de bevolking beschouwde de volksraadpleging twee decennia lang als onrecht.

Op 10 januari 1920 werden de arrondissementen Eupen en Malmédy onder een speciaal bewind geplaatst onder leiding van luitenant-generaal baron Hermann Baltia. Hij rapporteerde direct aan de eerste minister en hij oefende zowel de wetgevende als de uitvoerende macht uit. Door die bijna dictatoriale volmachten kon hij ook de persvrijheid volledig uitschakelen tot op het ogenblik van de definitieve integratie van de inmiddels opgerichte administratieve entiteiten, de kantons Eupen, Malmédy en Sankt Vith. Achteraf bekeken beschouwen onderzoekers zijn beleid als gematigd en vrij begripvol voor de nieuwe Belgen, ook stoelde zijn overgangsregime niet bepaald de fundamenten van een rechtsstaat.

Gendarmen

Belgische ‘gendarmen’ in Amel in 1918. Bron: Zwischen Venn und Schneifel

 

Die volksraadpleging nam in de komende decennia een dergelijke belangrijke plaats in het collectieve geheugen in dat er bijna geen herinneringen aan de Eerste Wereldoorlog werden doorgegeven. De burgers in Eupen-Malmédy vonden de volksraadpleging onrechtmatig en ondemocratisch. Ze werd het uitgangspunt van talloze politieke en maatschappelijke spanningen die bepalend waren voor de komende decennia. Dat is waarschijnlijk een van de redenen waarom historici deze periode tot nog toe vrij intensief onderzocht en beschreven hebben.

In Schotland, Catalonië en Vlaanderen bestaan er momenteel invloedrijke politieke groeperingen die onafhankelijkheid nastreven. Ze willen zich niet langer houden aan de bestaande spelregels voor de samenleving in hun land en ze willen ook grenzen verschuiven of nieuwe grenzen creëren. Heeft dat op vandaag de dag nog zin? Als een eerlijke volksraadpleging succesvol zou zijn, hoe zou men dan de rechten kunnen respecteren van de mensen die ertegen zijn? Hoe kan een rechtstaat op die uitzonderlijke vragen reageren? Wat denk je?

 

Leestips:

Christoph Brüll (uitg.): Zoom 1920-2010. Nachbarschaften neun Jahrzehnte nach Versailles [= Nabuurschap negen decennia na Versailles]. Eupen 2012.

Heinz Doepgen: Die Abtretung des Gebietes von Eupen-Malmedy an Belgien im Jahr 1920 [= De overdracht van het gebied van Eupen-Malmédy aan België in 1920]. Bonn 1966 (Rheinisches Archiv; deel 60).

Klaus Pabst: Eupen-Malmedy in der belgischen Regierungs- und Parteienpolitik (1914-1940) [= Eupen-Malmédy in de Belgische regerings- en partijpolitiek (1914-1940)]. Aken 1965 (tijdschrift van de Aachener Geschichtsverein; deel 76).

  • 1925

    Heimatbund

  • 1922

    Folklore Eupen-Malmedy-Sankt Vith

    In Malmedy wird ein Verein für Volkskunde, Folklore Eupen-Malmedy-Sankt Vith gegründet

  • 1921

    Bistum Eupen-Malmedy

  • 1920

    Progymnasium (Athenäum) in Malmedy

  • Belgisches Schulwesen