Het Interbellum (1920-1940)

Hoe belangrijk vind jij het samenleven met je medeburgers? Ga je ook bij landgenoten die je taal niet spreken? Voor die uitdaging stonden de Belgen met hun nieuwe landgenoten uit Eupen-Malmédy en de inwoners van Eupen-Malmédy met de Vlamingen en Walen. Ik wil je vertellen welke voorwaarden vervuld moeten zijn voor een geslaagde integratie en of de burgers in de Oostkantons zich in hun nieuwe vaderland geïntegreerd hebben, konden integreren of wilden integreren.

Integratie is een wederzijds proces tussen de meerderheid van een samenleving en een minderheid. Waren in 1920 eigenlijk wel de voorwaarden gecreëerd voor een geslaagde integratie van de Duitstalige Belgen? In de Belgische meerderheidssamenleving was er veel voorbehoud: De Belgische nationalistische propaganda had het telkens opnieuw over de cantons rédimés", de "teruggevonden kantons". De Vlamingen en Walen ontdekten echter al snel dat die "weergevonden broeders en zusters" Duits spraken, net als de vroegere vijand, en maar weinig Frans kenden. De verwantschap tussen de Duitse en Limburgse dialecten hielp hen hooguit een beetje in het dagelijkse leven. De overgrote meerderheid had nog altijd het gevoel dat ze Duitse staatsburgers waren en tot de Duitse cultuur behoorden. De Belgische Socialistische Werkliedenpartij (POB/BWP) had voor deze annexatie gewaarschuwd. Nu volgde de ontnuchtering in de conservatief-burgerlijke Brusselse kringen.

See

Voor België waren de arrondissementen Eupen-Malmedy vooral door hun woud- en waterrijkdommen interessant. In het interbellum werden er dan ook grote stuwdammen in Bütgenbach (deze foto), Robertville en Eupen aangelegd. Bron: Rijksarchief Eupen

 

De burgers van Eupen-Malmédy vormden nu een taalkundige en culturele minderheid in België. Zij hadden heel andere politieke verwachtingen tegenover de Belgische staat dan de Belgen die in de streek rond Montzen of Aarlen nog een Duits dialect spraken. De overgrote meerderheid van de nieuwe Belgen verstond de ta(a)l(en) van het nieuwe vaderland niet. Tot 1925 was politieke participatie niet mogelijk. België investeerde wel vrij snel in infrastructuur en openbare gebouwen (scholen en kerken), waardoor er werkgelegenheid ontstond. Maar dit kon amper de sterk afwijzende houding ombuigen. De inwoners van Eupen-Malmédy ervoeren de volksraadpleging als een zwaar onrecht.

Na 1925 kwamen er uit Brussel geen duidelijke signalen ten gunste van de inwoners van Eupen-Malmédy. In de Belgische binnenlandse politiek waren er twee concurrerende visies: De ene strekking ging uit van een verregaande assimilatie van de regio. Die moest worden bereikt via de geleidelijke invoering van de Franse taal in de scholen en in de overheidsdiensten. Die houding kwam voort uit het koloniale denken van rond de eeuwwisseling, dat soevereiniteit associeerde met het opdringen van de eigen waarden, eigen cultuur en taal. Een andere strekking koos voor respect en culturele verdraagzaamheid. Die vrijheidslievende visie steunde op de liberale grondslagen van de Belgische staat.

Besuch

Het koningshuis was in het interbellum nauwelijks in de Oostkantons geïnteresseerd. Deze foto van het bezoek van koning Leopold II geeft weer hoe de Duitstalige bevolking dit alleszins waardeert. Bron: Rijksarchief Eupen

 

Uit onderzoek tot nu toe is gebleken dat de integratie van de Duitstalige Belgen tijdens het interbellum niet is gelukt.

Er waren dan ook veel ongelukkige gebeurtenissen. In 1926 kozen de nieuwe Belgen met overgrote meerderheid voor hun kandidaat, de Vervierse advocaat Jenniges. Die was eerst zogezegd verkozen, maar daarna bleek door het ingewikkelde Belgische kiesstelsel toch een andere politicus voorrang te krijgen. Na de negatieve ervaringen met het referendum was het vertrouwen in de Belgische democratie opnieuw geschokt.

In 1926 en 1929 voerden België en Duitsland geheime onderhandelingen over een mogelijke verkoop van de kantons aan Duitsland. De twee landen werden het in grote mate eens, maar toen sprak Frankrijk een veto uit. Het wilde niet dat ook maar één punt uit het Verdrag van Versailles werd gewijzigd. Die onderhandelingen raakten in Eupen-Malmédy openbaar bekend. Ze schokten het vertrouwen van de Duitstalige Belgen in hun nieuwe vaderland. Dat gevoel werd verder versterkt door het verregaand onverschillige beleid na 1925.

Tegelijk belemmerde de jonge Weimarrepubliek bewust de integratie van de mensen uit Eupen-Malmédy in de Belgische staat. In Duitsland werd het Verdrag van Versailles eenparig afgewezen als "Dictaat van Versailles". Vanaf 1925 zetten Duitse overheidsinstanties in Eupen-Malmédy het geheime "Deutschtumbeleid" voort, dat ook al van 1920 tot 1923 was gevoerd. Dat beleid stimuleerde enerzijds de Duitse taal en cultuur en anderzijds de wil om terug te keren naar Duitsland (irredentisme). Culturele, economische en politieke federaties, organisaties en verenigingen kregen financiële en ideologische steun uit Duitsland.

Tot 1933 ging het om een nationalistisch conflict: De burgers in Eupen en Malmédy moesten kiezen tussen het Belgische democratische en het Duitse democratische vaderland. Die spanningen kregen vanaf 1933 een nieuwe dimensie door de machtsovername van de nationaalsocialisten in Duitsland. Het ging niet langer om twee democratische staten die wedijverden om de gunst van de inwoners van Eupen-Malmédy, maar om een democratie en een dictatuur die de mensen verachtte. Uit historische werken blijkt dat veel burgers uit de kantons Eupen en Malmédy dat onderscheid destijds niet maakten.

Molkerei

De melkerij in Walhorn brengt de spanningsboog uit het interbellum samen: een ultramodern gebouw verwerkt de melkproducten van de nog in oude tradities ondergedompelde landbouw. Bron: Rijksarchief Eupen

 

De overgrote meerderheid koos toen wel voor een opportunisme dat werd ingegeven door de situatie. Ze lieten zich leiden door hun eigen kortetermijnbelangen: In 1929 koos meer dan 75 procent van de stemgerechtigden voor democratische partijen die zich uitspraken voor een terugkeer naar Duitsland of een geheim referendum. In 1939 kreeg het "Heimattreue Front", dat Duits-nationaal gezind was en ook dicht bij het nazibewind stond, 45 procent van de stemmen. Openlijk nationaalsocialistische mantelorganisaties telden ongeveer honderd leden, zoals de "Segelfliegerverein" (zweefvliegersvereniging) in Eupen (met dezelfde structuur als de SA in Duitsland), de "Saalschutz" (zaalwachters) in Malmédy of de "Bogenschützen" (boogschutters) in Sankt Vith.

Deze pro-Duitse partijen en organisaties probeerden een integratie in België te verhinderen, terwijl de pro-Belgische partijen die precies nastreefden. Die laatste waren ook bereid om zich via nationale moederpartijen politiek in te zetten en deel te nemen aan het politieke leven in België.

De Belgische staat, die pas vanaf 1930 actief de integratie van de Duitstalige Belgen bevorderde, werd vooral na 1933 geconfronteerd met de vraag hoe een democratie moest omgaan met politieke groeperingen die zich openlijk tegen die democratische staat keerden en elke integratie wilden verhinderen. Eén middel daartoe was de uitburgeringswet, die in 1934 werd afgekondigd en pas in 1935 werd toegepast tegen vier burgers uit Eupen-Malmédy. Die wet was omstreden, omdat hij in strijd was met het in de grondwet verankerde gelijkheidsbeginsel en een onderscheid maakte tussen Belgen van geboorte en Belgen die pas de Belgische nationaliteit verworven hadden.

De vraag waarom de integratie van de Duitstalige Belgen meer niet dan wel was gelukt, kan niet alleen worden beantwoord vanuit de politieke geschiedenis. Een voorbeeld: het kranten- en radiolandschap was vooral gericht op het oude vaderland Duitsland. Ook dat belemmerde de integratie.

Unterstadt

In het bijzonder de industriële bedrijven in Eupen leden onder de wereldwijde economische crisis in de jaren 30 van de 20ste eeuw. Bron: Rijksarchief Eupen

 

Een tweede voorbeeld: de wereldwijde economische crisis leidde ook in Eupen en Malmédy tot grotere spanningen in de samenleving. Het beste voorbeeld was de stad Eupen, waar sprake was van ongebreidelde werkloosheid (tot 1.000 werklozen op 14.000 inwoners), indexsprongen, noodbelastingen en dergelijke. De bevolking beleefde de crisis - weliswaar met wat vertraging - in het jaar 1931. Maar ze zag ook dat het nationaalsocialistische Duitsland in de jaren daarna sneller dan België de crisis kon bedwingen.

In het communicatieve en culturele geheugen leeft deze tijd tussen de twee wereldoorlogen voort als een tijd van polarisering tussen pro-Duitse en pro-Belgische groepen met een verregaande weigering om met elkaar te communiceren. De vraag in hoeverre de mensen handelden vanuit een door de situatie ingegeven opportunisme, kwam pas in recenter werk naar voren.

Vandaag zijn de rechten van minderheden stevig verankerd in de Europese politieke cultuur. Het recht om de eigen moedertaal te mogen spreken, in die taal onderwijs te volgen of te getuigen in de rechtbank, vormt een erkend onderdeel van de mensenrechten. Toch vertonen meerderheidssamenlevingen altijd weer de neiging om minderheden te willen assimileren. Zij proberen hun de taal van de meerderheid op te leggen.
Respect voor minderheidstalen en het waarborgen van fundamentele rechten bevorderen de bereidheid van minderheden om zich te integreren in een meerderheidssamenleving. Aan de andere kant is het belangrijk dat minderheden zich openstellen voor de taal en de cultuur van de meerderheidssamenleving. Wat kunnen we uit dit voorbeeld leren voor het samenleven in onze kleurrijke en open samenleving?

 

Leestips:

Philippe Beck: Umstrittenes Grenzland. Selbst- und Fremdbilder [= Omstreden grensgebied. Beelden van zichzelf en anderen] bij Josef Ponten en Peter Schmitz, 1918-1940. Brussel, et. al. 2013. (Comparatism & Society; deel 21).

Heidi Christmann: Presse und gesellschaftliche Kommunikation zwischen den beiden Weltkriegen [= Pers en sociale communicatie tussen de twee wereldoorlogen.] Proefschrift aan de Ludwig-Maximilians-Universiteit van München, München 1974.

Klaus Pabst: Eupen-Malmedy in der belgischen Regierungs- und Parteienpolitik (1914-1940) [= Eupen-Malmédy in de Belgische regerings- en partijpolitiek (1914-1940)]. Aken 1965 (tijdschrift van de Aachener Geschichtsverein; deel 76).

Grenzerfahrungen [= Grenservaringen], deel 4 (verschijnt in 2018).

  • 1938

    Deutschsprachige Rundfunkvereinigung

    DRB (Dt. Rundfunkvereinigung Belgiens) sendet erstmals in dt. Sprache aus Eupen

  • 1932

    Eröffnung des Wetzlarbads in Eupen

  • 1928

    Steyler Missionare

    Steyler Missionare gründen das Kloster St. Raphael in Montenau.

  • 1927

    Gründung Grenz-Echo

  • 1926

    Knabenschule Sankt Vith

    Städtische höhere Knabenschule St. Vith

  • 1925

    Heimatbund

  • 1922

    Folklore Eupen-Malmedy-Sankt Vith

    In Malmedy wird ein Verein für Volkskunde, Folklore Eupen-Malmedy-Sankt Vith gegründet

  • 1921

    Bistum Eupen-Malmedy

  • 1920

    Progymnasium (Athenäum) in Malmedy

  • Belgisches Schulwesen