Tweede Wereldoorlog (1940-1945)

Waarom zou je belangstelling moeten hebben voor de nationaalsocialistische dictatuur tijdens de Tweede Wereldoorlog in Ostbelgien (Oost-België)? Je leeft vandaag in een democratie, er is vrede en je beschikt van bij de geboorte over fundamentele mensenrechten. Buiten Europa worden echter veel democratieën omgevormd tot dictaturen. De geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog toont je hoe het leven onder een dictatuur verandert en dat het de moeite waard is om zich tegen elke dictatuur te verzetten. Ik zal je aan de hand van de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in Eupen-Malmédy laten zien dat je in een onrechtvaardig regime geen rechten hebt en dat democratie de beste samenlevingsvorm is, ook al is ze menselijk en heeft ze dus haar onvolkomenheden.

Op 10 mei 1940 viel het Duitse leger binnen in België. De Tweede Wereldoorlog begon in het Westen. Terwijl in België 1,5 miljoen mensen op de vlucht sloegen, stonden tussen Kelmis en Ouren veel mensen langs de rand van de weg en juichten ze de Duitse soldaten toe. Meer nog: ze deelden kleine geschenken (sigaretten, chocolade) uit en gaven de soldaten water en koffie of boden iets te eten aan.

Einmarsch

In Amel wachten kinderen Duitse krijgssoldaten op. Bron: Zwischen Venn und Schneifel

 

Waarom?

  • Een deel van de bevolking kon of wilde zich niet integreren in zijn nieuwe vaderland, België. Deze mensen keurden het Verdrag van Versailles af en ze pleitten openlijk voor een terugkeer naar het vroegere vaderland, Duitsland.
  • De sociale contacten van een grote meerderheid van de burgers lagen nog altijd in Duitsland. Een nationaliteitsbesef kan men niet zomaar in twee decennia veranderen.
  • Sommigen bleven trouw aan hun democratische basisovertuiging, anderen hadden sympathie voor de Duitse dictatuur.
  • De gevolgen van de wereldwijde economische crisis leken in Duitsland minder erg dan in België en daar maakten de nazi’s in hun propaganda handig gebruik van.
  • In Eupen-Malmédy hadden veel pro-Duitse organisaties gepleit voor een terugkeer naar Duitsland. Deze organisaties hadden financiële en ideële ondersteuning gekregen van de Weimarrepubliek en - vanaf 1933 – van de nazi’s.
  • Zowat honderd mannen hadden organisaties opgericht die als dekmantel voor hun nationaalsocialistische activiteiten dienden en openlijk het Duitse Rijk steunden.

Juichte op 10 mei 1940 een meerderheid van de bevolking? Die vraag kan men nu niet meer beantwoorden. Martin Schärer analyseerde bestaande egodocumenten en stelde vast dat de reacties varieerden van "geweldig enthousiasme" tot "totale consternatie", met alle schakeringen daartussen. Bijna honderd burgers uit Eupen-Malmédy vluchtten naar België. Op dat ogenblik konden waarschijnlijk zeer weinig mensen zich de omvang van de nakende wereldoorlog voorstellen.

Op 18 mei 1940 werden de kantons Eupen, Malmédy en Sankt Vith en tien Belgische gemeenten uit Altbelgien (de Platdietse streek in het noordoosten van de provincie Luik) bij het Derde Rijk geannexeerd door een Besluit van de Führer. Deze annexatie was in strijd met het volkenrecht omdat ze gebeurd was voor er vrede gesloten was. In september 1941 werd het vraagstuk van de nationaliteit definitief geregeld in een Duitse wet. Vanaf dat ogenblik waren de inwoners van de geannexeerde gemeenten volwaardig burger van het Derde Rijk, met alle rechten en plichten. Dit hield bijvoorbeeld de verplichting in om lid te zijn van bepaalde nationaalsocialistische organisaties (zoals de Hitlerjugend of de Bund deutscher Mädel) en de oproeping voor het Duitse leger. De bevolking in Eupen-Malmédy leefde dus in omstandigheden die totaal anders waren dan die in bezet België. De Belgische regering in ballingschap protesteerde niet tegen de annexatie. De Belgische autoriteiten tolereerden stilzwijgend de overgang naar Duitsland of steunden ze zelfs.

Strassenzug

Op pad in Eupen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Bron: Rijksarchief Eupen

 

Het uitbundige enthousiasme in het begin maakte vrij snel plaats voor een grote ontgoocheling. Hadden veel burgers uit de kantons Eupen, Malmédy en Sankt Vith een geïdealiseerd beeld van hun oude vaderland? Hadden de Duitsgezinde nationale overtuigingen de realiteit in de Duitse dictatuur verborgen? Hadden de burgers van deze plattelandsregio waar men gemiddeld niet hoogopgeleid was, de nazipropaganda beter kunnen doorzien dan bijvoorbeeld de meer dan 90 procent van de Saarlanders die in 1935 in een volksraadpleging voor het Derde Rijk stemde?

Het werd snel duidelijk dat de totalitaire staat zijn eisen stelde en een volledig engagement wilde. De partij, de overheidsdiensten en de propaganda trachtten de bevolking met de meest uiteenlopende middelen warm te maken voor het Derde Rijk. Het was bijna pijnlijk te zien hoe de partij en de overheid alles trachtten te verdoezelen wat op een of andere wijze beschouwd kon worden als een achteruitgang ten opzichte van België. Voorbeelden hiervan waren de verslechtering van de levensstandaard of het langzamer tot stand komen van telefoonverbindingen. Verbeteringen werden daarentegen met luide trom verkondigd.

De dictatuur had de katholiek-conservatieve bevolking in juni en september 1940 al voor het hoofd gestoten door het verwijderen van de kruisbeelden uit de scholen. Dat had felle reacties uitgelokt, maar in het openbaar werd niet geprotesteerd. Waarom? Een dictatuur staat in tegenstelling tot een democratie niet toe dat de burger vrij handelt in de openbare ruimte. Een dictatuur tracht het leven van elke individuele burger te controleren en te sturen. Alleen in een democratie kan de burger vrij handelen en openlijk opkomen voor zijn eigen rechten en voor de rechten van anderen. En in een dictatuur heeft niemand het recht op de vrije ontplooiing van het unieke karakter van elk individu. Een dictatuur beschermt haar burgers maar tegen verklikking, onderdrukking, controle, vervolging door de staat zolang ze dit zelf wil. Dit geldt ook voor de bescherming van de persoonlijke integriteit. In een dictatuur heeft de bevolking geen enkele mogelijkheid om met democratische middelen in te gaan tegen de staat. Dan blijft er alleen nog het actieve verzet van een individu of van groepen over. Er zijn geen bewijzen van een georganiseerd verzet in het toenmalige Eupen-Malmédy. 62 burgers uit de geannexeerde arrondissementen lieten het leven als verzetsman of in de concentratiekampen.

Arnolds

Kapelaan Jean Arnold was een van de slachtoffers van het nationaalsocialistische regime. Omdat hij mensen had helpen vluchten, werd hij in Tuchthuis Brandenburg (‘Zuchthaus Brandenburg’) geëxecuteerd. Bron: Rijksarchief Eupen

 

Het Duitse annexatiebeleid in Eupen-Malmédy kan in drie fasen onderverdeeld worden: de opbouw, de stagnatie en de totale oorlog.

De eerste fase liep van mei 1940 tot de herfst van 1942 en was ondanks de oorlog gekenmerkt door een opmerkelijke activiteit. Het “opbouwwerk” in het gebied Eupen-Malmédy, dat naar het Rijk was "teruggekeerd", werd vanuit het Rijk ondersteund met grote subsidies. Dat geld werd eerder in de uitbouw van nationaalsocialistische organisaties gestoken dan in gebouwen of infrastructuur. De bevolking kreeg zo het gevoel dat ze deel uitmaakte van een nieuwe, grote volksgemeenschap. Elk individu werd geregistreerd en geïntegreerd in het systeem. Op die manier moesten de mensen het gevoel krijgen dat ze nuttig en medeverantwoordelijk waren.

De tweede fase duurde van de herfst van 1942 tot mei 1944. Ze werd gekenmerkt door grote ontnuchtering. Veel nationaalsocialistische projecten vielen stil, bijvoorbeeld de voortzetting van de bouw aan de stuwdam op de Vesder in Eupen, waarvan de bouw in 1936 begonnen was. Het feit dat almaar meer mannen opgeroepen werden voor de Wehrmacht (Duits leger), het stijgende aantal gesneuvelden, de Duitse nederlaag bij Stalingrad, de steeds verdergaande controle door de Gestapo (geheime politie) en de Sicherheitsdienst (inlichtingendienst), het wegvoeren van medeburgers naar gevangenissen en concentratiekampen zorgden ervoor dat de gemoederen grondig wijzigde.

De derde fase van mei 1944 tot september 1944 werd tot slot gekenmerkt door maatregelen die bij een totale oorlogsvoering horen: een volledige inzet voor de oorlogsindustrie, nog meer oproepingen voor het leger, meer inzet van vrouwen, een toespitsing van de politieke controle.

Tot augustus 1944 waren 8.700 mannen uit Eupen-Malmédy ingelijfd bij het Duitse leger. Ongeveer 3.300 van hen lieten het leven of bleven vermist.

In september 1944 bevrijdde het Amerikaanse leger de regio, waar de geallieerde vliegtuigen tot dan nog niet zoveel bommen hadden gedropt. In december werden het Belgische deel van de Eifel, de Ösling (het noordelijke deel van het Groothertogdom Luxemburg) en de Ardennen het strijdtoneel van het Ardennenoffensief, dat ook gekend is als de Slag om de Ardennen, het Von-Rundstedt-offensief of de Battle of the Bulge. Enkele dorpen, onder andere het stadje Sankt Vith, werden compleet verwoest, de andere dorpen kregen het zwaar te verduren. Die voor de burgerbevolking traumatische gebeurtenissen zijn blijven hangen in het collectieve geheugen van de regio.

De Tweede Wereldoorlog speelt in de herinneringswereld van de Duitstalige Belgen een grote rol en heeft een zeer duidelijke stempel gedrukt op de identiteit van de Duitstalige Belgen. Vooral in het Belgische gedeelte van de Eifel ontstond bij de slachtoffers in eerste instantie een herinnering waarin alle onaangename ervaringen werden verdrongen en verdoezeld. Sinds de jaren 80 van de vorige eeuw is het echter wel mogelijk om zich te herinneren aan de tijd van de Eerste Wereldoorlog en het interbellum met al hun spanningen. Je kon echt merken dat het taboe omtrent de geschiedenis begon te vervagen. In de streek rond Eupen kwam dit proces duidelijk later op gang.

Na een eerste fase waarin de geschiedenis doodgezwegen werd, begon in het midden van de jaren 1960 belangstelling te ontstaan voor de geschiedschrijving over die periode, maar niet in deze regio. De jonge geschiedkundige verenigingen in Sankt Vith, Eupen en Kelmis zwegen van in het begin over deze periode, behalve over het Ardennenoffensief. Het waren Duitse en Zwitserse historici zoals Klaus Pabst, Heinz Doepgen, Martin Schärer en Heidi Christmann die de periode van de overgang naar België in 1920, het interbellum en de Tweede Wereldoorlog onderzochten. Bij de regionale media was er ook steeds meer belangstelling voor dit onderwerp: De Duitstalige Belgische krant Grenz-Echo publiceerde een aantal boekbesprekingen, waarvan sommige behoorlijk lang waren. De Duitstalige Belgische radio zond de eerste documentaires uit. Vanaf de jaren 80 van vorige eeuw viel het taboe op deze periode steeds meer weg.

Je hebt kunnen vaststellen dat een dictatuur onrechtvaardig en willekeurig is. Ze onderdrukt de mensenrechten. Veel mensen lijden onder een dictatuur.
Wat denk je nu als je weet dat de Turkse steeds verder omgevormd wordt en wanneer mensen de kans wordt ontnomen om voor hun rechten op te komen? Hoe zie je de ontwikkeling in Polen of Hongarije, waar onvervreemdbare rechten zoals de scheiding van de rechtbanken en de regering of de persvrijheid beknot worden? Die instrumenten dienen net om elke burger te beschermen tegen een onrechtvaardige overheid. Hoe beoordeel je de evolutie in België of andere Europese landen, waar de mensenrechten in de afgelopen twee decennia eveneens ingeperkt zijn om de vermeende bescherming tegen terroristische aanslagen te verbeteren?
Moeten er in een stadje zoals Eupen echt camera's hangen om de vermeende criminaliteit te bestrijden of wil iedereen misschien toch gewoon in vrijheid leven zonder geobserveerd te worden?

 

Leestips:

Peter M. Quadflieg: "Zwangssoldaten" und "Ons Jongen". Eupen-Malmedy und Luxemburg als Rekrutierungsgebiet der deutschen Wehrmacht im Zweiten Weltkrieg [= "Gedwongen soldaten" en "Ons jongens". Eupen-Malmédy en Luxemburg als rekruteringsgebied van de Duitse Wehrmacht tijdens de Tweede Wereldoorlog]. Aken 2008.

Martin Schärer: Deutsche Annexionspolitik im Westen. Die Wiedereingliederung Eupen-Malmedys im Zweiten Weltkrieg [= Duits annexatiebeleid in het Westen. De herintegratie van Eupen-Malmédy tijdens de Tweede Wereldoorlog]. Bern, Frankfurt-am-Main 1975.

  • 1945

    Heimkehr

    Heimkehr Kriegsgefangene

  • 1944

    Flucht

    Kriegsflucht von Ostbelgiern nach Deutschland und Belgien